Boekpublicatie “Moord op het Groot Eiland”

14 augustus 2025

In de ochtend van Dolle Dinsdag, 5 september 1944, vertrok Marie Antheunis per fiets van haar zus in Terneuzen naar Axel, een protestants stadje in de grensstreek tussen Nederland en België, omdat ze bij haar 11-jarige zoontje wilde zijn. Ze kwam er nooit aan. In plaats daarvan werd ze samen met de haar onbekende Debora van Es opgepakt, gevangen gezet, gemarteld en verkracht door leden van het verzet die nu waren verenigd in de Ordedienst. Daarna verdwenen de twee vrouwen spoorloos. Pas in februari 1946 werden hun overblijfselen opgegraven op het Groot Eiland, een landgoed tussen Axel en Hulst, dat eind 1944 nationaal berucht werd als interneringskamp voor foute Nederlanders. De moordzaak kreeg nationale media-aandacht en nog in 1988 wijdde de VPRO-radio er een aflevering van Het Spoor Terug aan.

Ook in recente literatuur over WO2 wordt de zaak vrijwel altijd aangehaald, maar helaas is er nog nooit serieus onderzoek gedaan naar de gebeurtenissen. Nu, tachtig jaar later onthult deze reconstructie wie de twee vrouwen (vermoedelijk) vermoordden, wie verantwoordelijk waren en waarom. De publicatie concentreert zich daarvoor op de zaak Marie Antheunis. De gebeurtenissen rond haar tragische einde en de doofpotaffaire die tot op nationaal niveau alles verborgen moest houden voert diep in de wereld van het verzet, het naoorlogse Militaire Gezag en de naoorlogse afrekening met (vermeende) foute Nederlanders.

Dit drama over de katholieke ondernemersfamilie Antheunis in een protestantse stadje geeft een unieke inkijk in een samenleving-in-transitie rondom de landelijke grens van Nederland met het grootstedelijke en geïndustrialiseerde België na 1900. Maar wat op het eerste gezicht een lokale geschiedenis lijkt, blijkt via alle betrokkenen een nationale en internationale geschiedenis te zijn. Het leven in de plattelandsgemeenschap langs de Nederlands-Belgische grens was verknoopt met de grootste gebeurtenissen in Europa en de rest van de wereld in de gewelddadige eerste helft van de twintigste eeuw. Het lot van twee onschuldig vermoorde vrouwen werd na 1946 uit de openbaarheid weggedrukt, een publiek geheim.

De auteurs brengen in het boek hun heel verschillende achtergronden, kennis en ervaring samen. Amar Antheunis (1940) is een neef van een van de twee vermoorde vrouwen, beschikt over een familiearchief, en heeft een grote kennis over de streek. Hij rondde na zijn loopbaan als architect in 2018 de studie cultuurwetenschappen af aan de Open Universiteit. Arjan van Dixhoorn (1973) is als historicus verbonden aan het University College Roosevelt van de Universiteit Utrecht te Middelburg. Hij heeft een uitgebreide ervaring in archiefonderzoek, en is (mede) gespecialiseerd in de geschiedenis van Zeeland, en is ook afkomstig uit de streek.

Aanvullende informatie

Het boek is gebaseerd op onderzoek van materiaal uit vele archieven en bibliotheken in binnen- en buitenland (met verantwoording in voetnoten), met aanvullende informatie uit een reeks interviews met nog levende primaire of secundaire getuigen. Het is rijk geïllustreerd met portretten van de hoofdfiguren en locaties, waarvan veel uit het familiearchief Antheunis. Met zijn kleurrijke details over het dagelijks leven, de onopgesmukte schrijfstijl en het who-dunnit-karakter is het bedoeld voor een algemeen ontwikkeld, niet-gespecialiseerd lezerspubliek.

De publicatie van het boek kan min of meer samenvallen met de openbaarmaking via internet van de dossiers van de Bijzondere Rechtspraak in het Nationaal Archief. Dit boek is voor een belangrijk deel opgebouwd rond meerdere van die dossiers, en toont hun belang aan, maar ook hoe voorzichtig er met de dossiers moet worden omgegaan in waarheidsvinding. Het manuscript is door verschillende externe lezers (lokale deskundigen, neerlandici en algemene lezers) becommentarieerd en geredigeerd. Het is opgedeeld in twee delen met in total vijftien hoofdstukken, een voorwoord en een besluit en telt 164.369 woorden.

Over de auteurs

Amar Antheunis (Axel, 1940) studeerde architectuur aan de kunstacademie St. Joost te Breda met als specialisatie interieurarchitectuur. Van 1974 tot 2010 had hij een architectenbureau met opdrachten voor zowel nieuwbouw als verbouw varierend van woningen tot kantoorpanden. Na zijn pensionering volgde hij een masterstudie cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit te Heerlen, waar hij in 2018 afstudeerde op de masterscriptie ‘Nederlandse vrijwilligers in de Spaanse Burgeroorlog. Dwazen of helden?’ Hij is een volle neef van Marie Antheunis.

Arjan van Dixhoorn (Terneuzen, 1973) werkte als historicus aan universiteiten in Nederland en België. Hij ontving verschillende beurzen en prijzen. Hij was in 2013 medeoprichter van de Jonge Academie van België. Van 2013 tot en met 2022 bekleedde hij de Hurgronje-leerstoel ‘Geschiedenis van Zeeland in de Wereld’ aan de Universiteit Utrecht. Hij publiceerde over de (vroegmoderne) Nederlandse, Belgische en Europese cultuurgeschiedenis. Sinds 2013 doceert hij (wereld)geschiedenis aan het internationale University College Roosevelt te Middelburg. Voor een publicatielijst zie: https://www.ucr.nl/academics/academic-program/faculty/academic-staff/dr-arjan-van-dixhoorn/

Het Familiefonds Hurgronje heeft een financiële bijdrage geleverd aan de totstandkoming van deze publicatie.

Share your thoughts
{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}