Waarom verleent het Familiefonds Hurgronje subsidie aan een commerciële onderneming? Antwoord op deze en andere vragen in een interview met een bevlogen Goesse boekhandelaar annex uitgever.
Hoe oud ben je, waar woon je en met wie?
Ik ben 59 en woon in Goes met mijn vrouw Jolanda. We hebben twee kinderen en sinds november een kleindochter.
Wat is je beroep?
Ik ben boekhandelaar. Heb de lerarenopleiding in Delft gevolgd om geschiedenisleraar te worden, want dat was mijn droom sinds zo lang als ik me kon herinneren. Maar na een jaar voor de klas heb ik vastgesteld dat dat toch niet mijn ding was. Ik wilde kennis overdragen, maar was hoofdzakelijk bezig met orde handhaven.
Daarentegen werkte ik al sinds m’n 15e als vakantiekracht bij boekhandel Het Paard van Troje in Goes. De boekhandel was een jaar voordat ik daar begon opgericht. Daar werken vond ik echt leuk. Er werkte trouwens ook een leuk meisje waarmee ik later getrouwd ben…
Na de ervaring van het leraarschap heb ik boekhandel Het Paard van Troje overgenomen. Dat was de juiste keuze, want ik ga iedere dag met plezier naar mijn werk. 20 jaar geleden ben ik onder dezelfde naam begonnen met een uitgeverij die met name boeken publiceert die iets met Zeeland te maken hebben. En 6 jaar geleden heb ik boekhandel De Koperen Tuin overgenomen. Deze boekhandel bevindt zich eveneens in Goes, maar is vijf keer zo groot als Het Paard van Troje.
Wat maakt dat je je werk zo leuk vindt?
Het is heel veelzijdig. Beide boekhandels maken deel uit van het Libris netwerk, en ik zit in de inkoopcommissie, wat ik leuk vind. De interactie met klanten is eigenlijk altijd leuk. Het geeft me enorm veel voldoening om een boek dat ik mooi vind te verkopen.
Met de opkomst van internet is er wel het één en ander veranderd. Mensen komen nu vaker geïnformeerd binnenlopen. Ze weten precies wat ze willen en zijn daar doelbewust naar op zoek. Gelukkig blijven er ook genoeg mensen binnenlopen die even komen snuffelen.
Het leuke aan het boekenvak vind ik dat iedereen iedereen kent. Het is een kleine wereld en, mede dankzij de vaste boekenprijs, hoef je niet te concurreren op prijs wat rust geeft en aandacht voor andere zaken. We zijn allemaal collega’s van elkaar. Je krijgt er een prachtig netwerk door.
Ook het contact met auteurs is heel direct. Het zijn gepassioneerde mensen waar ik me graag door laat inspireren.
Zeeland is bijzonder in de zin dat wij de Zeeuwse boekenweek hebben. Dat is uniek voor Nederland; de rest van het land heeft alleen de Nationale Boekenweek.
Als uitgeverij sta je op de achtergrond, niemand weet dat je er zoveel zelf in beslist en doet. De auteur staat op de voorgrond. Boeken uitgeven leidt tot allerlei samenwerkingen. Als je mensen bij elkaar brengt komen er mooie dingen tot stand. Dat stimuleert en houdt me gaande.
Waarvan ken je het Familiefonds Hurgronje?
Dat is wel een grappig verhaal. Ik was zes jaar geleden op bezoek in De Koperen Tuin om met de vorige eigenaar te praten. We spraken over subsidiegevers en een klant mengde zich in de discussie en vertelde dat zij lid is van het Familiefonds Hurgronje en dat daar wellicht mogelijkheden zouden zijn.
Sindsdien heb ik regelmatig aanvragen gedaan. We geven ongeveer 6 à 7 boeken per jaar uit, waarvan vaak 2 of 3 met steun van het Familiefonds Hurgronje.
Waarom is die steun belangrijk?
In Nederland geldt een boek als een bestseller wanneer er 10.000 exemplaren van worden verkocht. Gemiddeld worden boeken in oplagen van 2.000 gedrukt. Op voorwaarde dat alle exemplaren verkocht worden loont dat de moeite; de uitgever verdient eraan.
Bij Het Paard van Troje gaat het meestal om oplagen van 500 exemplaren. Soms 700 en in uitzonderlijke gevallen 1.000. Ik werk altijd met een professionele fotograaf en een redacteur om de kwaliteit van mijn uitgaven te waarborgen. 90% van de uitgaven zijn puur Zeeuws en worden dus vrijwel uitsluitend in Zeeland verkocht. Vandaar die beperkte oplagen. Dat maakt dat de kostprijs voor het uitgeven van een boek eigenlijk altijd te hoog ligt om het uit te geven, ondanks dat de meeste auteurs geen geld willen voor hun werk.
Veel subsidiegevers geven alleen subsidie aan stichtingen en niet aan commerciële organisaties. Op die manier worden er boeken uitgegeven die 100% gesubsidieerd zijn maar die niet verkocht worden. Zo’n stichting houdt zich namelijk meestal niet of nauwelijks bezig met de commercialisering van boeken. Terwijl voor mij het werk eigenlijk pas begint als een boek gedrukt is: het boek moet verkocht worden om uit de kosten te komen en daar zet ik me voor in. Maar zonder subsidies zouden veel boeken überhaupt niet gedrukt worden.
Vroeger deed ik regelmatig een beroep op het Cultuurfonds. Echter, zij hebben recent hun regels veranderd en nu moet de begroting van een aanvraag minimaal 15.000 euro belopen om de aanvraag in overweging te nemen. Ik probeer juist om de kosten zo laag mogelijk te houden. Om bij het Cultuurfonds in aanmerking te komen voor subsidie zou ik de begroting voor de uitgave van een boek vreselijk moeten opblazen en dat vind ik niet juist.
Als een uitgave goed loopt houd ik er zo’n 10% aan over, zonder mijn uren te rekenen. In uitzonderlijke gevallen verdien ik er meer op. Bijvoorbeeld het boek “Geschiedenis van Goes” in een oplage van 500 waarvan ik er 400 in eigen winkel heb verkocht. Dat is commercieel interessant: creëer je eigen bestseller! En dat is uitsluitend mogelijk door de combinatie van uitgeverij en boekwinkel. Er zijn daarentegen ook boeken die slecht verkopen waardoor ik niet uit de kosten kom. Zolang daar zo af en toe een kaskraker tegenover staat heb ik daar geen probleem mee. Ik doe dit werk omdat ik het leuk vind, maar het moet natuurlijk wel lonen.
Wat zijn je hobby’s/interesses?
Lezen.
Op vakantie gaan. Toen de kinderen nog mee gingen gingen we vrijwel altijd naar Frankrijk. Tegenwoordig zijn we Italië-fan. Vanwege de geschiedenis en de hoeveelheid cultuur die daar in iedere dorp op straat te vinden is. En het eten natuurlijk!
Wat is naar jouw mening je beste eigenschap, en wat je slechtste?
Beste: doorzettingsvermogen. Als ik iets in m’n hoofd heb dan gebeurt het. Ik zoek net zo lang tot ik het voor elkaar heb. Wat mijn slechte eigenschap tot gevolg heeft: ik kan wel eens wat drammerig zijn. Wat ik wil zit in mijn hoofd, maar het lukt niet altijd meteen om dat helder aan anderen uit te leggen. Ik loop vaak een stap vooruit in mijn gedachten en dat zit wel eens in de weg.
Hoe ziet je ultieme lekker-mezelf-zijn – dag eruit?
Tot half tien in bed liggen en dan lekker ontbijten. Rustig buiten zitten, een eindje lopen en tussen de middag ergens lunchen. ‘s Middags een boek lezen, eventueel een stukje fietsen. ‘s Avonds lekker uit eten. Of gezellig samen op de bank een televisieserie streamen.
Nu we een kleinkind hebben is het ook wel heel leuk om daar iets mee te doen. Woensdags zijn we allebei vrij en dat is onze vaste oppasdag. Dan komt ze bij ons. Ze is nu nog erg klein, maar we zijn natuurlijk al allerlei boekjes aan het lezen.
Wil je verder nog iets kwijt?
Ik spreek de hoop uit dat we ondersteuning blijven krijgen vanuit het Familiefonds. Ik ben trots op wat ik uitgeef. Inmiddels hebben we zo’n 130 boeken uitgegeven. Uitgeven is een manier van creëren. Je maakt iets toegankelijk dat nog niet eerder bestond.
Door het uitgeven van boeken ben ik het plattelandse leven gaan waarderen. Die warme gemeenschap die elkaar helpt en voor elkaar zorgt. Dat zie je in Goes, dat toch maar een kleine stad is, al niet meer.
Boekentip: “Pelgrim” van Philip Dröge. Over het bewogen leven van Christiaan Snouck Hurgronje. Goed geschreven, leest als een trein.

0 comments