Slimmer speuren naar roofvogels op Walcheren

29 juni 2026

Wie in het voorjaar door het Walcherse landschap trekt, ziet ze soms laag boven het riet zweven of hoog cirkelend boven de akkers: roofvogels. Voor veel natuurliefhebbers zijn het indrukwekkende verschijningen, maar voor de leden van de Roofvogelwerkgroep Walcheren vormen ze vooral een bron van onderzoek. Jaar in, jaar uit volgen zij met grote toewijding de nesten van roofvogels en brengen zij het broedsucces van deze bijzondere vogels in kaart.

De Roofvogelwerkgroep maakt deel uit van de Vogelwerkgroep Walcheren, een vereniging met ongeveer 150 leden die zich actief inzetten voor de bescherming en monitoring van vogels in Zeeland. Naast de Roofvogelwerkgroep is er ook een Kerkuilenwerkgroep actief. Daarnaast houden leden zich bezig met het monitoren van weidevogels, het beschermen van kustbroeders en het uitvoeren van vogeltellingen voor Sovon, het landelijke kenniscentrum voor wilde vogels. Ook organiseert de vereniging excursies, lezingen en cursussen voor vogelliefhebbers.

Belangrijke gegevens voor vogelonderzoek

Het werk van de Roofvogelwerkgroep begint in het voorjaar, wanneer de vogels aan hun broedseizoen beginnen. Vrijwilligers gaan op zoek naar nesten en volgen vervolgens het verloop van de broedperiode tot de jonge vogels uitvliegen. De verzamelde gegevens worden na afloop van het seizoen doorgestuurd naar de Werkgroep Roofvogels Zeeland, de Werkgroep Roofvogels Nederland en Sovon.

Deze informatie vormt een belangrijke schakel in het landelijke vogelonderzoek. Door gegevens uit verschillende regio’s te combineren, kunnen ontwikkelingen en trends van roofvogels over langere perioden worden gevolgd. Zo ontstaat een steeds beter beeld van de toestand van roofvogelpopulaties in Nederland.

De uitdaging van de Bruine Kiekendief

Eén van de meest karakteristieke roofvogels van Zeeland is de Bruine Kiekendief. Deze elegante vogel heeft een bijzondere manier van broeden. In tegenstelling tot veel andere roofvogels bouwt hij zijn nest niet in bomen, maar op de grond. Het liefst kiest hij daarvoor uitgestrekte rietvelden, maar wanneer die ontbreken wijkt hij uit naar graanakkers.

Juist dat maakt het onderzoek ingewikkeld. Nesten die verborgen liggen tussen hoog riet of in een uitgestrekte akker zijn moeilijk op te sporen zonder de vogels te verstoren. Bovendien is het vaak niet mogelijk om simpelweg door een graanveld te lopen op zoek naar een nest.

Om die reden maakt de werkgroep sinds kort gebruik van een drone met warmtecamera. Vanuit de lucht kunnen onderzoekers nesten lokaliseren zonder het terrein te betreden. Dat levert niet alleen betere gegevens op, maar voorkomt ook onnodige verstoring van de vogels.

Nieuwe techniek biedt nieuwe mogelijkheden

De technologische ontwikkelingen staan niet stil. Moderne drones kunnen worden uitgerust met warmtecamera’s of infraroodcamera’s. Daarmee kunnen nesten worden opgespoord die met een gewone camera nauwelijks zichtbaar zijn.

Vooral bij soorten die zich goed verschuilen in vegetatie biedt dat grote voordelen. Een warmtecamera registreert temperatuurverschillen, waardoor broedende vogels en jonge kuikens vaak zichtbaar worden, zelfs wanneer zij volledig aan het oog zijn onttrokken.

De mogelijkheden beperken zich bovendien niet tot de Bruine Kiekendief. Ook andere roofvogels profiteren van deze techniek. Zo broedt de schaarser voorkomende Boomvalk vaak hoog in bomen, op plaatsen die zelfs met een camera op een lange stok nauwelijks bereikbaar zijn. Met behulp van een drone met warmtecamera kunnen dergelijke nesten veel efficiënter en nauwkeuriger worden onderzocht.

Meerwaarde voor de hele vogelwerkgroep

Een drone met warmtecamera helpt niet alleen de Roofvogelwerkgroep vooruit. Binnen de Vogelwerkgroep Walcheren zijn ook vrijwilligers actief die zich bezighouden met de bescherming van weidevogels en kolonievogels in de hele Zeeuwse Delta. Zij volgen onder meer soorten als Lepelaar, Zilverreiger en de relatief nieuwe verschijning in Zeeland: de Koereiger. Ook voor deze onderzoeken kan een warmtecamera een waardevol hulpmiddel zijn. Nesten, rustplaatsen en jonge vogels kunnen sneller worden opgespoord, terwijl verstoring tot een minimum beperkt blijft.

Verantwoord gebruik

Het vliegen met drones vraagt om kennis, ervaring en een zorgvuldige werkwijze. Binnen de Roofvogelwerkgroep zijn momenteel twee gecertificeerde dronepiloten actief. Zij vliegen al sinds 2020 voor vogelonderzoek en zorgen ervoor dat hun brevetten regelmatig worden vernieuwd.

Bij elk onderzoek gaan minimaal twee personen op pad en worden de geldende regels strikt nageleefd. Daarnaast hebben de piloten zich nadrukkelijk gecommitteerd aan het uitsluitend inzetten van de drone voor vogelonderzoek.

Die professionele aanpak sluit aan bij de zorgvuldigheid waarmee de werkgroep haar onderzoekswerk uitvoert. Naast het aanleveren van gegevens aan landelijke organisaties stelt de groep jaarlijks een uitgebreid intern verslag op waarin alle onderzoeksresultaten worden vastgelegd. En maandelijks publiceert de groep een waarnemingenoverzicht op haar website, voorzien van prachtige foto’s.

Investeren in kennis van de natuur

Voor de vrijwilligers van de Vogelwerkgroep Walcheren draait het uiteindelijk om meer dan techniek alleen. Het doel blijft hetzelfde: betrouwbare kennis verzamelen over vogels en bijdragen aan hun bescherming.
Een drone met warmtecamera is hierbij een waardevol hulpmiddel. Door nesten nauwkeuriger op te sporen, verstoring verder te verminderen en meer vogelsoorten te kunnen onderzoeken, krijgen onderzoekers een beter beeld van de ontwikkelingen in het Zeeuwse vogelbestand.

En hoe beter die kennis, hoe groter de kans dat toekomstige generaties ook kunnen blijven genieten van iconische soorten als de Bruine Kiekendief, de Boomvalk en vele andere vogels die de Zeeuwse natuur zo bijzonder maken.

Het Familiefonds Hurgronje heeft een financiële bijdrage geleverd aan de aanschaf van een drone met warmtecamera.

Share your thoughts
{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}